Stavoren ligt met drie zijden aan het water. Dat bepaalde eeuwenlang de blik van de stad: naar buiten, over de Zuiderzee en later het IJsselmeer, maar ook naar binnen, naar de haven waar reizigers, goederen en verhalen aan land kwamen.
Een oude handelsstad
Als oudste stad van Friesland kreeg Stavoren in de elfde eeuw stadsrechten. In de middeleeuwen maakte de stad deel uit van het handelsnetwerk van de Hanze. Schepen brachten onder meer graan, hout, zout en vis over zee. De haven gaf welvaart, maar maakte de stad ook afhankelijk van bevaarbaar water. Verzanding en veranderende handelsroutes zorgden later voor verval. De legende van het Vrouwtje van Stavoren gaf die neergang een blijvende plaats in het volksverhaal.

Een nieuw knooppunt
In de negentiende en twintigste eeuw kreeg Stavoren opnieuw betekenis als vervoersknooppunt. Spoor en boot sloten op elkaar aan. Op oude foto’s staan het station, de spoorhaven en de veerboten vaak in één beeld. Wie in Stavoren woonde, hoorde de treinen en zag de schepen vertrekken richting Enkhuizen.
De stad van de familie
De collectie vertelt ook het alledaagse verhaal: feest in de Smidstraat, schoolklassen, vissers, schaatsers, familieportretten en mensen op de zeedijk. Rinze Albertsma werkte op de veerdienst; Willem Smits was vishandelaar. Zulke beroepen laten zien hoe sterk het leven aan het water in de familiegeschiedenis doorwerkte.

Een veranderende maar herkenbare stad
De albums “Stavoren toen en nu” en “Stavoren stad” brengen verandering en continuïteit naast elkaar. Gebouwen verdwenen, kades veranderden en de functie van de haven verschoof. Toch blijven de contouren herkenbaar voor wie de oude familiefoto’s naast het huidige straatbeeld legt.
